Chronische hyperventilatie betekent dat je voortdurend te snel en te diep ademt. Ook al heb je nooit een aanval van hyperventilatie gehad, toch kun je zonder dat je het weet te veel ademen, vooral ’s nachts.
Als we inademen, voeren we zuurstof aan die ons lichaam nodig heeft. Als we uitademen voeren we kooldioxide (ook wel koolzuur of CO2) af dat ons lichaam produceert. Een gezonde volwassene ademt 4 à 5 liter lucht per minuut in en uit. Mensen die te veel ademen zitten hier echter ver boven. Vaak ademen ze in rust en zonder lichamelijke inspanning al meer dat vijftien liter per minuut. Ze ademen in rusttoestand net zo intens alsof ze aan het rennen zijn.
Nu is niet de teveel ingeademde zuurstof het probleem, zoals je misschien zou verwachten, maar de kooldioxide. Je raakt door het vele ademen namelijk te veel kooldioxide kwijt, zodat hieraan een tekort ontstaat.
Moe door te veel ademen
Kooldioxide speelt een belangrijke rol in ons lichaam. Een tekort aan kooldioxide heeft invloed op allerlei processen in het lichaam. Zo verandert bijvoorbeeld de activiteit van enzymen en vitaminen, waardoor je weerstand afneemt. Een ander effect dat optreedt heeft te maken met de energiehuishouding. Een lichaam verbrandt in rust normaal gesproken vet. Een jachtige ademhaling wordt door het lichaam gezien als een teken van verhoogde paraatheid, en het lichaam gaat dan over op verbranding van glucose. Als dit lang duurt, raak je uitgeput en verzuren je spieren.
Door een tekort aan kooldioxide verandert ook de zuurgraad van je bloed. Je lichaam probeert die wijziging van de zuurgraad nog zoveel mogelijk te compenseren door onder andere je aderen te vernauwen. De gevolgen hiervan lopen uiteen van concentratiestoornissen tot pijn op de borst. Verder heeft kooldioxide een kalmerende werking. Bij een tekort aan deze stof kun je last krijgen van prikkelbaarheid, slapeloosheid en onbestemde angst.
Het myalgische encefalomyelitis/chronische vermoeidheid syndroom (ME/CVS) wordt in veel gevallen gerelateerd aan chronische hyperventilatie. Onderzoeken demonstreren dat bij 93% van de patiënten met deze diagnose een chronische hyperventilatie aanwezig is.
Vicieuze cirkels
Als je langdurig te veel ademt, kunnen er ook andere klachten ontstaan die je in verschillende vicieuze cirkels doen belanden. Het gevolg is dat chronische hyperventilatie zichzelf in stand kan houden.
Een voorbeeld: als je te veel ademhaalt en dus te veel kooldioxide uitblaast, wordt de verbinding tussen zuurstof en hemoglobine (de transporteur van zuurstof in ons bloed) sterker; hierdoor kan zuurstof minder goed aan lichaamscellen worden afgegeven. Door te veel ademen krijg je dus een tekort aan zuurstof. Dat tekort aan zuurstof dwingt je dan weer om meer adem te halen. Men noemt dit het Bohr-effect, naar de Deense wetenschapper die het ontdekte.
Een andere vicieuze cirkel heeft te maken met emotionele overspannenheid. In een stresstoestand bereidt ons lichaam zich voor op zware lichamelijke inspanning (vechten of vluchten) en onze ademhaling wordt daardoor dieper en frequenter. Maar wij zijn beschaafde (of uitgeputte) mensen; wij gaan (of kunnen) niet rennen en wij vechten niet, maar blijven gewoon rustig op een stoel zitten met onze gedachten. De beweging blijft uit en daarmee ook het aanmaken van kooldioxide, terwijl we tegelijkertijd wel meer zijn gaan ademen (en dus te veel kooldioxide kwijtraken).
Dit is slecht voor de chemie van ons lichaam en veroorzaakt weer stressgevoelens. Dus: hoe meer je ademt, des te meer ben je gestrest en hoe meer je gestrest ben, des te meer adem je.
Bovendien, als je ME/CVS hebt, ben je vaak door pijn en uitputting gedwongen om veel te rusten, te liggen en weinig te bewegen. Daarnaast staan ME-patiënten, mede door hun ziekte, onder zware druk. Zowel lichamelijk als geestelijk. Deze factoren kunnen een teveel aan ademen in de hand werken en daarmee de kans vergroten op een tekort aan kooldioxide in het lichaam met alle negatieve gevolgen van dien.


